Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC9186.

19. Door in de verwerping van het verweer te overwegen dat de in de brief geuite beschuldigingen jegens het slachtoffer bovendien niet door de verdachte waren waargenomen, heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat niet vast staat dat de handelingen waarover de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat zij deze zelf heeft waarnomen, hebben plaatsgevonden dan wel ontuchtig zijn jegens zijn minderjarige dochter. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting in aanmerking genomen dat het slachtoffer de juistheid van deze beschuldigingen ontkent en de verdachte blijkens het zich bij de stukken bevindende proces-verbaal van de politie, nr. PL1524/2003/32054-13, over deze eigen waarnemingen bij de politie op 23 juli 2003 had verklaard: "[betrokkene 1] heeft mij ook een keer een zuigzoen in zijn nek laten zien. Hij zei dat [betrokkene 3] deze had gegeven. (...) Ik was een keer getuige van het feit dat [betrokkene 1] uitgebreid de vingers van [betrokkene 3] likte in het pannenkoekhuis".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fca82efd8bcc467dbcfd4fbc16c0fac6bddee59d9a1705b41e8bb3673e59a93e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fca82efd8bcc467dbcfd4fbc16c0fac6bddee59d9a1705b41e8bb3673e59a93e, en de alinea staat in dat document op bytes 22021 tot 23110.