Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC9349.

19) Ook als men de genoemde gegevens alle (veronderstellenderwijs) als vaststaand aanneemt, kan men namelijk oordelen dat [verweerder 1] in de omstandigheid dat met realisering van het bouwplan, en vooral: met de voor hem, [verweerder 1], wezenlijke verkoop van het te ontwikkelen object(11) (veel) minder voortgang werd geboekt dan partijen aanvankelijk beoogden; én in de omstandigheid dat er ook geen tussentijdse exploitatieresultaten werden behaald, dit alles: bij aanwezigheid van een financiële probleemsituatie waar de andere partij van op de hoogte moest zijn, redelijkerwijs aanleiding kon zien om de (ik herhaal: voor onbepaalde tijd geldende) overeenkomsten op te zeggen. Zo heeft het hof de rechtsverhouding van partijen ook beoordeeld (en bij de bespreking van de eerdere middelen bleek al dat ik de tegen dat oordeel gerichte klachten niet aannemelijk vind). Bewijs van de hier bedoelde gegevens kwam dan inderdaad niet meer in aanmerking. De stelling van Middel III dat dit anders zou zijn, is daarom niet aanvaardbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dcc8a32b857132dd564ac78391ecf6a2bf5b14db04c598d6b45151dc073196c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dcc8a32b857132dd564ac78391ecf6a2bf5b14db04c598d6b45151dc073196c, en de alinea staat in dat document op bytes 17394 tot 18444.