Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.

Deze (vorm)vrijheid laat onverlet dat aan de wederpartij binnen de gestelde termijn op ondubbelzinnige wijze kenbaar gemaakt moet worden dat (onvoorwaardelijk) een beroep op nietigheid wordt gedaan. Naar het oordeel van de Rechtbank heeft P met zijn handelen, en in het bijzonder met de namens hem geschreven brieven niet de duidelijkheid als hiervoor bedoeld verschaft. P komt immers niet verder dan de aankondiging dat onderzocht zal worden of de nietigheid moet worden ingeroepen, dan wel dat de nietigheid zal worden ingeroepen indien niet aan zijn voorwaarden wordt voldaan. Aan de omstandigheid dat de brief van de FNV aan Heineken van 27 mei 1993 vergezeld ging van een (concept)dagvaarding kan in deze geen waarde worden toegekend, en aan Heineken is evenmin indirect, namelijk in standpunten ingenomen in de procedure voor de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening, duidelijkheid verschaft. [...]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 37766 tot 38693.