Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.

1.1. De zaak betreft de vraag of de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis (hier: n.a.v. een aangevochten ontslag op staande voet) met een ondubbelzinnig schriftelijk voorbehoud op de voet van art. 3:317 lid 1 BW is gestuit. Het hof heeft, ten nadele van [eiser], doorslaggevende betekenis toegekend aan de verwijzing in de tekst van een (stuitings-)brief naar (slechts) een grondslag voor de vordering in het BBA 1945, en niet naar de - vervolgens in de onderhavige procedure aan de vorderingen ten grondslag gelegde - BW-bepalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 5013 tot 5589.