Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.
9. Ter onderbouwing van zijn standpunt voert [eiser] in appel - samengevat - het volgende aan. Volgens [eiser] heeft hij zich in de brief van 16 september 2004 zijn rechten voorbehouden om een vordering, waaronder die op grond van kennelijk onredelijk ontslag, in te stellen. In elk geval had Trio, aldus [eiser], de in die brief aangekondigde vordering (mede) kunnen en moeten begrijpen als een vordering op grond van artikel 7:681 BW, nu Trio gelet op de inhoud van de brief en van de beide eerdere brieven van [eiser] en FNV wist dat hij zich niet kon vinden in de door haar aangevoerde dringende reden voor het ontslag en zij er als professionele WSW-organisatie van op de hoogte was, althans had behoren te zijn, dat voor een werknemer in WSW-verband, zoals in dit geval [eiser], niet de mogelijkheid bestaat om zich te beroepen op de nietigheid van het ontslag wegens het ontbreken van toestemming als bedoeld in artikel 6 BBA 1945, maar deze enkel de mogelijkheid heeft zich tegen een opzegging van de arbeidsovereenkomst (al dan niet wegens een dringende reden) te verweren op grond van het kennelijk onredelijke karakter daarvan.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 22487 tot 23640.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd | shasum -a 256