Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.
'10. Het hof volgt [eiser] niet in zijn stelling dat hij zich in de brief van 16 september 2004 het recht heeft voorbehouden om een vordering op grond van kennelijk onredelijk ontslag in te stellen, om de eenvoudige reden dat zulks daarin niet valt te lezen. Uit de inhoud van de brief kan naar het oordeel van het hof niet anders worden opgemaakt dan dat daarbij namens [eiser] het hem gegeven ontslag werd vernietigd wegens het ontbreken van toestemming als bedoeld in artikel 6 BBA 1945, dat als uitvloeisel daarvan Trio werd gesommeerd tot betaling van loon en vakantiegeld over de periode van 17 maart 2004 tot en met eind augustus 2004, vermeerderd met wettelijke verhoging wegens te late uitbetaling, alsmede tot bevestiging van de intrekking van het gegeven ontslag, en dat [eiser] zich bij gebreke van voldoening aan die sommaties zich het recht voorbehield ter zake vorderingen in rechte in te stellen. De inhoud van de brief van [eiser] en die van FNV maakt dat niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 23988 tot 24986.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd | shasum -a 256