Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.

13. Het hof is dan ook van oordeel dat de brief van 16 september 2004 niet kan worden aangemerkt als een handeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW waardoor de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ex artikel 7:681 BW zou zijn gestuit (vergelijk ook HR 15-4-2005, NJ 2005, 484). Op grond van hetgeen hiervoor onder 12 is overwogen is het hof tevens van oordeel dat hetzelfde geldt voor de vorderingen van [eiser] die strekken tot herstel van de arbeidsovereenkomst, gecombineerd met schadevergoeding, uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag (artikel 7:682 lid 1 en 2 BW) respectievelijk tot schadevergoeding uit hoofde van de onregelmatigheid van de opzegging (artikel 7: 677 lid 2 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 26847 tot 27565.