Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.
14. Voor zover [eiser] heeft aangevoerd dat zijn hiervoor onder (iii) weergegeven(16) brief en de brief van FNV d.d. 25 maart 2004 elk op zich dan wel in onderling verband en samenhang beschouwd de verjaring van de onderhavige vorderingen van [eiser] hebben gestuit, gaat het hof daaraan voorbij. Nog daargelaten dat het hof van oordeel is dat uit deze beide brieven niet kan worden opgemaakt dat zij de strekking hebben de verjaring van die vorderingen te stuiten, geldt dat zij niet binnen een termijn van zes maanden zijn gevolgd door een nieuwe stuitingshandeling, nu de meergenoemde brief van 16 september 2004 niet als een zodanige handeling kan worden beschouwd en de dagvaarding in eerste aanleg eerst is uitgebracht op 26 oktober 2004. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de termijn als bedoeld in artikel 7:683 lid 1 BW in casu is gaan lopen daags na de feitelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen, derhalve met ingang van 18 maart 2004.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 28139 tot 29127.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd | shasum -a 256