Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.
Volgens het onderdeel blijkt dat met name uit de verwijzing van het hof in rov. 13 naar HR 15 april 2005, NJ 2005, 484 m.nt. GHvV, welk arrest betrekking heeft op stuiting van de verjaring door een daad van rechtsvervolging (art. 3:316 BW), waarin niet een ondubbelzinnig voorbehoud als criterium geldt, maar het criterium of sprake is van een (latere) vordering die met een tijdig ingestelde vordering op één lijn kan worden gesteld. Klaarblijkelijk meent het hof dat van de in casu vereiste ondubbelzinnigheid (in de zin van art. 3:317 BW) al geen sprake kan zijn omdat de door het hof in rov. 12 bedoelde vorderingen(17) niet op één lijn kunnen worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 29622 tot 30303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd | shasum -a 256