Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.

4.14. In nrs. 4.4-4.5 is gebleken dat bij het hier toepasselijke criterium van art. 3:317 lid 1 BW (zoals door het hof in rov. 7 ook onderkend) beslissend is of [eiser] ondubbelzinnig zijn recht op nakoming heeft voorbehouden, in dier voege dat zijn mededeling een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar (Trio) inhoudt dat deze, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, ermee rekening moet houden dat hij de beschikking houdt over gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een alsnog door de schuldeiser in te stellen vordering behoorlijk kan verweren. Dit laatste is door de Hoge Raad als de ratio van het vereiste van de ondubbelzinnige mededeling aangegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 31108 tot 31813.