Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD1494.
4.17. Voor 's hofs oordeel dat ook dié vraag ontkennend moet worden beantwoord, is de decisieve grond neergelegd in rov. 12, laatste volzin. Die komt erop neer dat, zelfs als Trio in de brief van 16 september 2004 een voorbehoud ten aanzien van een vordering ex art. 7:681 zou hebben moeten lezen, er nog steeds niet voldaan zou zijn aan het ondubbelzinnigheidsvereiste: omdat, samengevat, in geval van een ontslag op grond van een dringende reden, de werknemer niet slechts een vordering tot schadevergoeding ex art. 7:681 BW zou kunnen hebben, maar ook vorderingen gebaseerd op schadeplichtigheid ex art. 7:677, lid 1 en/of lid 2 BW, alsmede een vordering tot herstel van de arbeidsovereenkomst, eventueel gecombineerd met een schadevergoeding in geld, wegens kennelijk onredelijke opzegging ex art. 7:682, lid 1 en lid 2 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd, en de alinea staat in dat document op bytes 32780 tot 33622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f512607f46b82289646ba69a572425c2431ae6d8c07d0345cd82366e22e00fd | shasum -a 256