Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2008
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD3713.
2.8 Het hof beoogt met de hiervoor vermelde nadere uitwerking van de bijdrage van de man in het levensonderhoud van de vrouw gedurende de periode 21 april 2004 tot de datum van de uitspraak van het hof te bereiken dat de vrouw dat wat zij in deze periode aan levensonderhoud heeft ontvangen niet hoeft terug te betalen. Aan dit oogmerk van het hof biedt steun de door de Hoge Raad in verband met artikel 1:402 lid 1 BW ontwikkelde regel dat de (appel)rechter, die beslist op een verzoek tot wijziging van een eerder vastgestelde bijdrage in het levensonderhoud, in het algemeen een behoedzaam gebruik zal moet maken van zijn bevoegdheid die wijziging te laten ingaan op een vóór zijn uitspraak gelegen datum, met name indien dit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de onderhoudsgerechtigde in verband met een daardoor in het leven geroepen verplichting tot terugbetaling van hetgeen in de daaraan voorafgaande periode in feite is betaald of verhaald. Die te betrachten behoedzaamheid brengt, aldus de Hoge Raad, mee dat de rechter naar aanleiding van hetgeen partijen hebben aangevoerd, zal moeten beoordelen of en in hoeverre in redelijk-heid van de onderhoudsgerechtigde kan worden verlangd van hetgeen in overeenstemming met zijn/haar behoefte aan levensonderhoud is uitgegeven en, indien dit het geval is, van zijn beoordeling rekenschap zal moeten geven in de motivering.((5)) Anders en korter gezegd, in geval van wijziging van een eerder vastgestelde alimentatie zal de rechter niet te spoedig de situatie moeten doen ontstaan waarin de alimentatiegerechtigde gehouden is om reeds ontvangen en op zichzelf benodigde alimentatie terug te betalen. Met deze benadering strookt niet de in subonderdeel 1.3 verdedigde opvatting dat het terugbetalen van reeds ontvangen alimentatie na aanpassing (verlaging) van het alimentatiebedrag pas achterwege dient te blijven, indien de omstandigheden zodanig zijn dat het terugbetalen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit betekent dat de hierboven onder a, b en c vermelde klachten uit subonderdeel 1.3 op een onjuiste rechtsopvatting stoelen en derhalve geen doel treffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc19d86f3e33b15299f40407a8e6af04c1a751af1da4894276e06e52954aa6b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc19d86f3e33b15299f40407a8e6af04c1a751af1da4894276e06e52954aa6b6, en de alinea staat in dat document op bytes 18335 tot 20501.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc19d86f3e33b15299f40407a8e6af04c1a751af1da4894276e06e52954aa6b6 | shasum -a 256