Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BE9104.
2.9 Naar mijn mening zijn ook de klachten in middel IV gericht tegen een feitelijke beslissing van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank, dat [eiser c.s.] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan met betrekking tot de stelling dat het gedurende de volledige periode van voortgezet gebruik in onvoldoende mate mogelijk is geweest om het perceel te betreden en de beplanting te rooien, is feitelijk van aard en voorbehouden aan de rechtbank als feitenrechter. Verder missen de klachten in middel IV feitelijk grondslag. De rechtbank heeft immers niet miskend dat [eiser c.s.] hinder heeft ondervonden door de handelwijze van de gemeente gedurende het voortgezette gebruik. De rechtbank heeft als volgt overwogen in rov. 2.19:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b9a708d90c82afd2697ae5d471310a19660e87701102c44c0ef1e3ca006ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b9a708d90c82afd2697ae5d471310a19660e87701102c44c0ef1e3ca006ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 15602 tot 16341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21b9a708d90c82afd2697ae5d471310a19660e87701102c44c0ef1e3ca006ef4 | shasum -a 256