Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BE9104.
2.22 De klachten in middel X slagen m.i. niet. Art. 41, lid 1 Ow bepaalt dat bij het bepalen van de schadeloosstelling rekening wordt gehouden met de mindere waarde, welke voor niet onteigende goederen van de onteigende het rechtstreekse en noodzakelijke gevolg van het verlies van zijn goed is. [Eiser c.s.] heeft betoogd dat als gevolg van de onteigening van de percelen zijn bedrijfsgebouwen in waarde zullen afnemen. De rechtbank heeft daartegenover overwogen dat sprake is van te onderscheiden ondernemingen van [eiser c.s.] en van [betrokkene 1] als gevolg van de in het verleden uitgevoerde overdracht van de economische eigendom van de gronden aan [betrokkene 1] waarbij zij in rov. 2.54 overweegt dat onvoldoende inzicht is verkregen in de verwevenheid van beide bedrijven. De consequentie hiervan is volgens de rechtbank dat de door [eiser c.s.] gestelde schade aan zijn bedrijfsgebouwen niet aangemerkt kan worden als onteigeningsgevolg. Ik begrijp de gedachtegang van de rechtbank als volgt: de rechtbank gaat er kennelijk van uit dat om voor vergoeding van onteigeningsgevolgschade, zoals geregeld in art. 41, lid 1 Ow, in aanmerking te komen aan de onteigende zowel de juridische als economische eigendom van de onteigende percelen dient toe te komen. Ik vind dit, gelet op de tekst van art. 41, lid 1 Ow, geen onjuiste of onbegrijpelijke gedachtegang. Als immers de juridische en economische eigendom zijn overgedragen, dan kan ook geen beroep op art. 41 Ow worden gedaan. Dit dient - zo begrijp ik de rechtbank- ook te gelden, indien alleen de economische eigendom is overgedragen en er onvoldoende inzicht bestaat in de verwevenheid van beide bedrijven. De rechtbank heeft in rov. 9 slechts de rechtsverhouding tussen [betrokkene 1] en zijn ouders met betrekking tot de eigendom van de onteigende percelen aangeduid en heeft daar niet overwogen welke gevolgen aan die rechtsverhouding zijn verbonden met het oog op art. 41, lid 1 Ow. Van een tegenstrijdigheid tussen de overwegingen in rov. 2.53 en 2.9 is dan ook geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b9a708d90c82afd2697ae5d471310a19660e87701102c44c0ef1e3ca006ef4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b9a708d90c82afd2697ae5d471310a19660e87701102c44c0ef1e3ca006ef4, en de alinea staat in dat document op bytes 25716 tot 27773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21b9a708d90c82afd2697ae5d471310a19660e87701102c44c0ef1e3ca006ef4 | shasum -a 256