Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2008

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF0407.

Zoals het hof in rechtsoverweging 4.1 van zijn tussenarrest met juistheid overwoog, beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, en is de vraag welke eigenschappen de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, afhankelijk van alle omstandigheden van het geval, waarvan lid 2 van art. 7:17 BW met name noemt de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan. Op de koper kan, gezien de omstandigheden van het geval ook een onderzoeksplicht rusten nu het immers niet alleen gaat om hetgeen hij daadwerkelijk heeft verwacht maar ook om hetgeen hij heeft mogen verwachten. Zie Asser/Hijma, 5-I, 2007, nr. 337 en 335. Hijma (nr. 337) wijst erop dat de onderzoeksplicht niet een verbintenis of verplichting in eigenlijke zin vormt, maar veeleer te beschouwen is als een zgn. 'Obliegenheit', bij niet naleving waarvan de koper zijn eigen rechtspositie ondergraaft in die zin dat hij geen beroep op non-conformiteit zal kunnen doen wanneer de zaak de door hem aanwezig vermoede eigenschap(pen) niet blijkt te bezitten. Daarbij geldt - naar het middelonderdeel terecht betoogt - als vuistregel dat het nalaten van eigen onderzoek in het algemeen niet aan de koper zal kunnen worden tegengeworpen door een verkoper die heeft gezwegen waar hij had behoren te spreken. Deze vuistregel wordt ontleend aan hetgeen geldt voor het verwante leerstuk van de dwaling. Zie Asser/Hijma, 5-I, 2007, nr. 337 met verwijzing naar nr. 233-237 en 243. Zie voor hetgeen geldt inzake de mededelings- en onderzoeksplicht in het kader van de dwalingsactie: HR 30 november 1973, NJ 1974, 97 m.nt. GJS; HR 21 december 1990, NJ 1991, 251; HR 10 april 1998, NJ 1998, 666, m.nt. WMK; HR 16 juni 2000, NJ 2001, 559 m.nt. JH; HR 19 januari 2007, NJ 2007, 63. In het arrest inzake dwaling van 10 april 1998 overwoog uw Raad dat bij de beantwoording van de vraag of een partij ter zake van bepaalde relevante gegevens naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht heeft, dan wel of hij die gegevens voor zich mag houden omdat hij erop mag vertrouwen dat zijn wederpartij, die gehouden is binnen redelijke grenzen te voorkomen dat hij onder de invloed van onjuiste voorstellingen zijn toestemming geeft, ter nakoming van deze verplichting een onderzoek zal instellen en daardoor met meerbedoelde gegevens bekend zal worden, niet alleen moet worden gelet op alle bijzonderheden van het gegeven geval - die dan ook zo volledig en nauwkeurig mogelijk behoren te worden vastgesteld - maar ook en vooral daarop dat voormelde regel juist ertoe strekt ook aan een onvoorzichtige koper bescherming te bieden tegen de nadelige gevolgen van dwaling veroorzaakt door het verzwijgen van relevante gegevens. Daarmee heeft uw Raad zich niet alleen uitgelaten over de verhouding tussen de mededelingsplicht en de onderzoeksplicht doch tevens over de eisen die worden gesteld aan de door de feitenrechter gegeven motivering. Zie hierover de noot van Hijma onder het arrest van 16 juni 2000 waarin de lijn van eerstgenoemd arrest wordt voortgezet. In het arrest van 19 januari 2007 heeft uw Raad nogmaals benadrukt dat de mededelingsplicht van art. 6:228 lid 1 onder b BW strekt ter bescherming van een onvoorzichtige contractuele wederpartij tegen de nadelige gevolgen van dwaling en dat dit meebrengt dat niet te spoedig voorrang moet worden verleend aan de onderzoeks-/informatieplicht van die partij boven de mededelingsplicht van de andere partij en dat bij een daartoe strekkend oordeel op alle bijzondere omstandigheden van het geval moet worden gelet en dat deze ook zo volledig en nauwkeurig mogelijk moeten worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bdaa5fe185015c35a4edea3b48f39f584be1570f7913e050224c282c4ce7ed7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bdaa5fe185015c35a4edea3b48f39f584be1570f7913e050224c282c4ce7ed7, en de alinea staat in dat document op bytes 36004 tot 39756.