Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2008
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF0713.
14. Het bezwaar dat tegen deze uitkomst kan worden aangevoerd, is dat in geval het beklag betrekking heeft op het niet vervolgen van een lid van het hof, onpartijdigheid onvoldoende gewaarborgd zou zijn. Ook Van der Leij signaleert dit probleem in aantekening 4 bij art. 13 Sv in Melai/Groenhuijsen e.a.. Hij werpt de vraag op of het hof in die gevallen als beklagrechter niet de schijn van partijdigheid tegen zich heeft, in het bijzonder omdat het hof ook een summiere beoordeling van de haalbaarheid en de opportuniteit van de vervolging zal moeten maken. Ook rechterlijke ambtenaren kunnen er immers aanspraak op maken, niet lichtvaardig aan vervolging te worden blootgesteld en het beklag dient te worden afgewezen als een redelijk vermoeden van schuld ontbreekt of als in redelijkheid niet kan worden getwijfeld dat in het algemeen belang van vervolging moet worden afgezien. Dat in die situatie kan worden betwijfeld of nog wel sprake is van een onpartijdige rechter als bedoeld in art. 6 EVRM kan ik onderschrijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100dc0dd3810217e51437c83cb607dbe1ce16f1cd211db95c4d2ecd52ceecd17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100dc0dd3810217e51437c83cb607dbe1ce16f1cd211db95c4d2ecd52ceecd17, en de alinea staat in dat document op bytes 25382 tot 26419.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100dc0dd3810217e51437c83cb607dbe1ce16f1cd211db95c4d2ecd52ceecd17 | shasum -a 256