Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2008
Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF0713.
3. De aangiften in deze zaken zijn een voorbeeld van het de laatste jaren zich steeds meer voordoende verschijnsel dat burgers en advocaten aangifte doen tegen officieren van justitie en rechters die zich volgens de aangifte bij het nemen van beslissingen in het kader van de behandeling van (straf)zaken schuldig zouden hebben gemaakt aan strafbare feiten. In veel gevallen zijn dergelijke aangiften niet gebaseerd op feiten of omstandigheden die een vermoeden van schuld aan een strafbaar feit kunnen opleveren, laat staan een redelijk vermoeden daarvan. Dat neemt niet weg dat dergelijke aangiften en het onderzoek dat naar aanleiding daarvan moet worden gedaan een soms fors beslag leggen op de bij het onderzoek betrokken functionarissen en dat in een aantal gevallen de ambtenaren tegen wie aangifte is gedaan ten gevolge daarvan worden belemmerd in hun ambtsbezigheden. Een en ander leidt onder meer tot de vraag hoe kan worden omgegaan met aangiften en een daarop aansluitend beklag over het niet vervolgen van rechters, terwijl de desbetreffende aangiften uitsluitend berusten op het gegeven dat de aangever zich niet kan verenigen met de wijze waarop de rechter zijn zaak heeft afgehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/100dc0dd3810217e51437c83cb607dbe1ce16f1cd211db95c4d2ecd52ceecd17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 100dc0dd3810217e51437c83cb607dbe1ce16f1cd211db95c4d2ecd52ceecd17, en de alinea staat in dat document op bytes 9457 tot 10671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/100dc0dd3810217e51437c83cb607dbe1ce16f1cd211db95c4d2ecd52ceecd17 | shasum -a 256