Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF8921.
3.2. De rechtsklacht is gegrond, aangezien in de onderhavige zaak aan genoemde vereisten niet is voldaan. In cassatie kan (minstgenomen: veronderstellenderwijs) ervan worden uitgegaan dat [betrokkene 1] ten tijde van het afgeven van de geneeskundige verklaring (nog) geen psychiater in de zin van art. 1 lid 1 Wet Bopz was: in de geneeskundige verklaring is zij aangeduid als AIOS(6). Weliswaar heeft de rechtbank vastgesteld dat na de vrijheidsbeneming en vóór de mondelinge behandeling een onderzoek door een psychiater heeft plaatsgevonden, maar uit de bestreden beschikking en gedingstukken blijkt hieromtrent niet meer dan dat de behandelend arts [betrokkene 2] ter zitting heeft verklaard dat een psychiater - nomen nescio - op 2 april 2008 (om 14.00 uur) betrokkene heeft "gezien". Dat de rechtbank kennis heeft genomen van een schriftelijke - of ter zitting mondeling afgelegde - verklaring van een niet behandelend psychiater die persoonlijk betrokkene heeft onderzocht, blijkt uit niets.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00d327e4f9073da34cadf47e8a010b05a0be3cf5bc83b6aa8dbfe2f2af847864. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00d327e4f9073da34cadf47e8a010b05a0be3cf5bc83b6aa8dbfe2f2af847864, en de alinea staat in dat document op bytes 14452 tot 15465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00d327e4f9073da34cadf47e8a010b05a0be3cf5bc83b6aa8dbfe2f2af847864 | shasum -a 256