Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2008
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BG1663.
Een oordeel over de vraag of er sprake is van een rechtmatige inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden is in het kader van de Wet BOB aan de rechter-commissaris opgedragen in het geval er sprake is van een bevel tot het opnemen met een technisch hulpmiddel van vertrouwelijke communicatie en van telecommunicatie (artikelen 126l en 126m Sv). De rechter-commissaris moet in het kader van zijn toetsende taak gedurende het vooronderzoek kunnen en mogen beoordelen of de gegevens op grond waarvan zoals i.c een telefoontap wordt gevraagd op rechtmatige wijze zijn verkregen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de rechter-commissaris, alvorens over te gaan tot het verlenen van een machtiging voor een bevel tot het aanwenden van de in artikel 126m Sv gegeven bevoegdheid tot het opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel op een bepaald IMEI-nummer, terecht de rechtmatigheid heeft getoetst van de wijze waarop dit IMEI-nummer is verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0868ab026f35c5a83294e02c393732e81daf137f4334a68630285faad5dcaaa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0868ab026f35c5a83294e02c393732e81daf137f4334a68630285faad5dcaaa4, en de alinea staat in dat document op bytes 7532 tot 8506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0868ab026f35c5a83294e02c393732e81daf137f4334a68630285faad5dcaaa4 | shasum -a 256