Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2008
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BG1663.
4.3. Ik kan hieruit niet anders dan concluderen dat het aan de rechter-commissaris staat de rechtmatigheid te beoordelen van een eventueel te leggen tap in die zin, dat de rechter-commissaris de machtiging zal weigeren als hij de telefoontap onrechtmatig zal oordelen. De rechter-commissaris zal op dezelfde wijze dienen te toetsen als de zittingsrechter toetst op onrechtmatigheid wanneer er geen rechter-commissaris aan te pas is gekomen. De overwegingen van de Hoge Raad in HR 11 oktober 2005, LJN AT4351 en HR 31 januari 2006 LJN AU8292 die onder 4 in de schriftuur zijn aangehaald(11) staan niet op gespannen voet met een rechtmatigheidstoetsing door de rechter-commissaris. Natuurlijk is aan de zittingsrechter uiteindelijk het laatste woord over de rechtmatigheid van een bevel tot opnemen van telecommunicatie, maar als betwist wordt dat aan de voorwaarden voor de rechtmatige uitoefening van deze bevoegdheid is voldaan dient de zittingsrechter zich af te vragen of de rechter-commissaris in redelijkheid heeft kunnen menen dat dit het geval was en of de rechter-commissaris dus in redelijkheid tot het afgeven van een machtiging is kunnen overgaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0868ab026f35c5a83294e02c393732e81daf137f4334a68630285faad5dcaaa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0868ab026f35c5a83294e02c393732e81daf137f4334a68630285faad5dcaaa4, en de alinea staat in dat document op bytes 33474 tot 34645.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0868ab026f35c5a83294e02c393732e81daf137f4334a68630285faad5dcaaa4 | shasum -a 256