Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

5.16. Voor een beoordeling van de aard en inhoud van de op 2 februari 2000 tot stand gekomen overeenkomst acht het Hof de door belanghebbende nader ingebrachte stukken niet relevant. Op grond van die stukken acht het Hof niet aannemelijk dat de inspecteur niet naar behoren aan het verzoek van het Hof in zijn brief van 30 oktober 2003 zou hebben voldaan; evenmin acht het Hof het aannemelijk dat er overigens stukken aanwezig zijn, bij de Belastingdienst dan wel het Openbaar Ministerie, die tot een nader onderzoek zouden nopen. De door belanghebbende nader ingebrachte stukken voegen ook overigens geen nieuwe of andere, relevant te achten feitelijke elementen of inzichten toe aan hetgeen het Hof ter zitting van 22 september 2004 omtrent de aard en inhoud van de overeenkomst van 2 februari 2000 bekend was. Afgezien van het onderzoek dat het Hof heeft ingesteld naar de door gemachtigde ter onderbouwing van zijn verzoek van 15 oktober 2004 overgelegde stukken, bestaat voor een heropening van het onderzoek derhalve geen grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 35814 tot 36861.