Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

5.17. Partijen zijn schriftelijk en ter zitting van 6 juli 2005 in de gelegenheid gesteld om zich over de betekenis van de nader door belanghebbende ingebrachte stukken en over het daaraan door het Hof in de brief van de griffier van 23 februari 2005 verbonden oordeel uit te laten. Van deze gelegenheid heeft gemachtigde gebruik gemaakt door ook zonder een relatie te leggen met de door hem nader ingebrachte stukken - meer in het algemeen en recapitulerend - in de onderdelen 1 tot en met 4 van zijn pleitnota nogmaals zijn standpunt uiteen te zetten. Nu het Hof, afgezien van de beoordeling van de relevantie van de door belanghebbende overgelegde nadere stukken, een nader onderzoek niet gewenst acht, houdt een behoorlijke procesorde in dat verder zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de stand van het geding waarin het zich aan het slot van de zitting van 22 september 2004 bevond. Op deze grond zal het Hof de onderdelen 1 tot en met 4 van de pleitnota van belanghebbende voor de zitting van 6 juli 2005 buiten beschouwing laten. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 37021 tot 38078.