Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009
Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.
5.23. Belanghebbende heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de hiervoor vermelde betaling van ƒ 685 000 000 contra legem en niet rechtmatig is. Met betrekking tot deze klacht oordeelt het Hof dat niet valt in te zien waarom met de Belastingdienst ter zake van een voorgenomen openbaar bod op een beursfonds niet een vaststellingsovereenkomst zou kunnen worden gesloten over de mogelijke fiscale gevolgen van zo'n bod, in het bijzonder waar het betreft een zeer omvangrijke latente vennootschapsbelastingschuld van het betreffende fonds. Een dergelijk verzoek lijkt voort te spruiten uit een gerechtvaardigd verlangen rechtszekerheid te verkrijgen omtrent de toepassing van het belastingrecht in concreto en het zou eerder van onbehoorlijk bestuur dan van behoorlijk bestuur getuigen om niet bereid te zijn aan een dergelijk verlangen tegemoet te komen door daarover overleg te voeren, welk overleg de mogelijkheid inhoudt dat het leidt tot een vaststellingsovereenkomst. Belanghebbende doet het voorkomen alsof voormelde betaling, welke voortvloeit uit de vaststellingsovereenkomst, buiten instemming van B tot stand is gekomen. Daarbij gaat belanghebbende evenwel eraan voorbij dat de tussen I/J/ABN AMRO Bank N.V. en de Belastingdienst bereikte overeenstemming een element vormt van een meer omvattend samenstel van transacties in het kader van een door K op de aandelen B en A uitgebracht openbaar bod en dat de aanvaarding van dit bod door de aandeelhouders van B en A onder meer een aanvaarding inhield van de in dat aanbod opgenomen fiscale paragraaf. Overigens, nu belanghebbende niet-ontvankelijk is in haar bezwaar, rekent het Hof het in het kader van deze procedure niet tot zijn taak de inhoud van de vaststellingsovereenkomst (laat staan de rechtmatigheid daarvan) nader te beoordelen. Evenmin komt het Hof toe aan de vraag of de effectuering van de vaststellingsovereenkomst gepaard had behoren te gaan met een ten name van B en/of A opgelegde aanslag vennootschapsbelasting, ervan uitgaande dat een dergelijke aanslag niet is opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 44258 tot 46329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c | shasum -a 256