Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

5.1. Het eerste principale middel richt zich vooral tegen (de onderbouwing van) 's Hofs materieelrechtelijke oordeel (dat van inhouding geen sprake is) en diens daarop gebaseerde handhaving van de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaarschriften. Indien de middelen II en III (over de vraag welke stukken "op de zaak betrekking hebben" en over de vraag of het onderzoek heropend moest worden om nieuwe stukken in het geding te halen) geen doel treffen, is dat materieelrechtelijke en ontvankelijkheidsoordeel in cassatie slechts beperkt toetsbaar wegens zijn grond in de uitleg van de vaststellingsovereenkomst en de waardering van de vastgestelde feiten. Daarom zal ik eerst het tweede en het derde principale cassatiemiddel behandelen. De belanghebbenden betogen in de kern dat de vraag óf er een zaak is (een mogelijke inhouding van dividendbelasting), pas te beantwoorden valt ná kennisneming van alle op die mogelijke zaak (op die vraag) betrekking hebbende stukken, en dat die kennisneming niet volledig geschied is. Zou dit betoog doel treffen, dan zou dat de belanghebbenden nieuwe mogelijkheden kunnen bieden tot substantiëring van hun stelling dat materieel wél dividendbelasting te hunnen laste is ingehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 48976 tot 50217.