Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

5.2. Voor zowel de bezwaar- als de beroepsfase (zie r.o. 5.9) heeft het Hof de vraag welke stukken op de zaak betrekking hebben in de zin van art. 7:4 resp. art. 8:42 Awb, af laten hangen van zijn uitleg van de vaststellingsovereenkomst. Is volgens die uitleg geen sprake van een de belanghebbenden regarderende belastingheffing dan kan, aldus het Hof, van de Inspecteur niet worden verwacht dat deze aan de belanghebbenden stukken ter inzage verstrekt betreffende (de totstandkoming en geschiedenis van) een vaststellingsovereenkomst tussen derden. 's Hofs redenering verloopt aldus enigszins circulair: hij oordeelt op grond van zijn uitleg van de vaststellingsovereenkomst en van de wél overgelegde stukken, dat geen dividendbelasting is ingehouden, zodat er geen zaak is (leidende tot niet-ontvankelijkheid), en daarmee ook geen sprake is van op die nonexistente zaak betrekking hebbende stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 50237 tot 51151.