Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

5.5. Het Hof baseert zijn oordeel dat geen sprake is van op de zaak betrekking hebbende stukken op zijn bevinding dat geen sprake is van inhouding, dus op zijn beslechting van de zaak. Maar uit de bevinding dat één van beide partijen ongelijk heeft, vloeit niet voort dat er geen zaak was. Ware het anders, dan zou de verliezende partij nooit inzage in stukken verleend hebben hoeven worden, nu hij ex post immers geen zaak bleek te hebben. Alle stukken die invloed op 's Hofs oordeel zouden hebben kunnen uitoefenen (c.q. die in de bezwaarfase relevant zouden hebben kunnen zijn), zijn in beginsel op de zaak betrekking hebbende stukken. 's Hofs oordeel (r.o. 5.22) dat aan de belanghebbenden reeds op 28 september 2001 (zie 1.6 hierboven) in alle op de zaak betrekking hebbende stukken inzage is verleend, is mijns inziens dan ook onjuist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 57573 tot 58430.