Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009
Alinea 156 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.
6.3. Ik merk niettemin op dat 's Hofs dictum (handhaving van de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaarschriften) niet juist lijkt. De belanghebbenden hebben gesteld dat (i) belasting alleen krachtens de wet geheven kan worden, (ii) dat de door de fiscus en de banken aan de lump sum gegeven benaming niet ter zake doet en (iii) dat in hun zaken sprake is van dividendbelastingheffing contra legem die van hen is ingehouden, waarbij K N.V. fungeerde als inhoudingsplichtige. Gezien deze stellingen ('inhouding' door een 'inhoudingsplichtige'), lijkt mij hun bezwaar op basis van art. 24 (oud) AWR ontvankelijk(14), maar ik merk ook op dat dat niet de strekking van middel I lijkt te zijn, zodat het in zoverre doel lijkt te missen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 74161 tot 74909.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c | shasum -a 256