Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

7.6. Uit art. 8:29, lid 2, Awb volgt dat gewichtige redenen voor een bestuurorgaan in elk geval niet aanwezig zijn voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting zou bestaan om een verzoek om informatie in te willigen. Dit betreft dus een ondergrens en geen bovengrens, zodat de uitkomst van een WOB-procedure geenszins bepalend is voor het oordeel ex art. 8:29 Awb. Het beroep op de geheimhoudingsverplichting van art. 67 AWR lijkt voorts problematisch: overlegging van de op de zaak betrekking hebbende stukken is een verplichting in het kader van de uitvoering van de belastingwet (in beroep),(15) hoewel ik mij kan voorstellen dat privacybescherming of bescherming van bedrijfsgeheimen gewichtige redenen in de zin van art. 8:29 Awb kunnen zijn.(16) Naar het oordeel van het Hof waren met betrekking tot de identiteit van derden geen gewichtige redenen aan de orde omdat dezen reeds bekend waren, welk oordeel door het middel niet wordt betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 77140 tot 78125.