Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

5.4. Naar het oordeel van het Hof is het antwoord op de vraag welke stukken in het onderhavige geval behoren tot 'de op de zaak betrekking hebbende stukken' afhankelijk van een inhoudelijke beoordeling van de vaststellingsovereenkomst. Indien deze overeenkomst, zoals door de inspecteur wordt betoogd, niet heeft geleid tot enige vorm van inhouding van belasting van belanghebbende, kunnen de op die overeenkomst betrekking hebbende stukken bezwaarlijk worden beschouwd als op de onderhavige zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 7:4, tweede lid, Awb. Waar geen sprake is van een belanghebbende regarderende heffing dan wel primaire beschikking, kunnen stukken die betrekking hebben op een heffing of beschikking die - door een partij - ten onrechte als een belanghebbende regarderende heffing of beschikking wordt beschouwd, niet als op de zaak van belanghebbende betrekking hebbende stukken worden beschouwd. Indien derhalve komt vast te staan dat de vaststellingsovereenkomst niet heeft geleid tot enige vorm van inhouding van belasting van belanghebbende, kan in de bezwaarfase van de inspecteur in redelijkheid niet worden verwacht dat hij stukken betreffende een vaststellingsovereenkomst met een derde aan belanghebbende ter inzage verstrekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 24394 tot 25674.