Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BB3371.

5.9. Meer subsidiair heeft belanghebbende gesteld dat, indien het niet tot een terugwijzing zou komen, de inspecteur op de voet van het bepaalde in artikel 8:42 Awb moet worden verplicht alle op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen. Met betrekking tot de vraag wat in het onderhavige geval onder de term 'de op de zaak betrekking hebbende stukken' moet worden verstaan rijst hier - mutatis mutandis - dezelfde vraag als is vermeld onder 5.4, namelijk of de vaststellingsovereenkomst heeft geleid tot enige vorm van inhouding van belasting ten laste van belanghebbende, of dat zij - louter - betrekking heeft op de belastingheffing van de (jegens belanghebbende:) derde met wie de vaststellingsovereenkomst gesloten is. Het Hof gaat er hierbij van uit dat de term 'de op de zaak betrekking hebbende stukken' in artikel 7:4 Awb vergelijkbaar is met de inhoud van diezelfde term in artikel 8:42 Awb. Het Hof komt hierna, in het kader van de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaar van belanghebbende, in 5.18. tot en met 5.21. toe aan de hiervoor bedoelde inhoudelijke beoordeling van de vaststellingsovereenkomst. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175aaaeb1774169be3b7698c213f128f090cb6607ddadfb43b8bb59dd96c806c, en de alinea staat in dat document op bytes 25708 tot 26864.