Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009

Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC5201.

7.3 Het arrest van het HvJ EG in de zaak N. v Inspecteur,(37) betrof de Nederlandse conserverende aanslag ten laste van een emigrerende aanmerkelijk-belanghouder. Het Hof achtte de conserverende aanslag niet in strijd met de EG-vestigingsvrijheid, mits hij niet méér betekenis heeft dan een geleidebriefje bij emigratie, inhoudende mededeling van het bedrag dat Nederland op het emigratiemoment beschouwt als vooralsnog aan hem ter heffing toegewezen. Dit betekent dat invordering van de conserverende aanslag onvoorwaardelijk - zonder zekerheidseisen - moet worden uitgesteld tot het moment waarop ook een thuisblijver zou moeten betalen (afkoop of uitkering) en dat ten tijde van die werkelijke genieting niet méér van de emigrant geheven wordt dan het bedrag dat hij zou hebben moeten betalen als hij binnenlander was gebleven. Hoewel het thans om een andere EG-verkeersvrijheid dan de vestigingsvrijheid lijkt te gaan, nl. het verblijfsrecht ex art. 18 EG-Verdrag, maakt dat mijns inziens voor de EG-rechtelijke beoordeling van onze conserverende aanslag niet uit, gezien de in 7.1 genoemde arresten van het HvJ EG.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee4bb752aad7654b7afa96507d768d6c1d18a5615b2af589ed1074e387e82fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee4bb752aad7654b7afa96507d768d6c1d18a5615b2af589ed1074e387e82fa, en de alinea staat in dat document op bytes 83003 tot 84139.