Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC5201.

6.2 In mijn conclusies van 4 oktober 2006 in de bij u aanhangige zaken met rolnrs 42 699, 42 701 en 42 702 heb ik de verdragsrechtelijke houdbaarheid onderzocht van de conserverende aanslag bij emigratie naar België van een Nederlander met een aanmerkelijk belang in een Nederlandse vennootschap. In alle drie die zaken was de belanghebbende nog (net) inwoner van Nederland op het moment waarop de Nederlandse wet vervreemding en daarmee een genietingsmoment fingeert. Ik achtte de conserverende aanslag ten laste van emigrerende a.b.-houders niet in strijd met de goede belastingverdragstrouw indien de aanslag slechts de aan de Nederlandse woonperiode toerekenbare waardestijging treft en Nederland een reverse credit geeft indien (ook) de nieuwe woonstaat bij realisering heft, omdat dubbele belastingheffing in beginsel uitgesloten is. Ook in ons geval is de belanghebbende formeel-wettelijk nog inwoner op het moment waarop de Nederlandse heffing aangrijpt. Verschil met de drie a.b.-zaken is onder meer dat de in onze zaak gebruikte wetgevingstechniek niet het fingeren van vervreemding (afkoop) inhoudt, maar formeel het terugnemen van een vroeger verleende fiscale faciliteit (de omkeerregel); in werkelijkheid wordt echter niet de destijds vrijgestelde aanspraak alsnog belast, maar de waarde van het pensioenrecht ten tijde van emigratie. Een verschil is voorts dat voor a.b.-waardestijgingen zowel de verdragstekst als de verdragscontext (met name het OESO-Modelverdrag-commentaar) compartimentering van het heffingsrecht naar gelang periode van inwonerschap lijkt toe te staan, terwijl dat ingeval van pensioenen en soortgelijke beloningen mijns inziens niet het geval is. Onze zaak verschilt van uw eerdere - hieronder te bespreken -arresten over pensioenemigratieheffing, waarin u Nederlandse heffing ontoelaatbaar achtte wegens strijd met de toepasselijke belastingverdragen, doordat in die eerdere zaken de belanghebbende reeds inwoner van de andere Staat was op het moment waarnaar Nederland hief. Ook in de zaken met rolnrs. 44 050 en 44 051 waarin ik heden eveneens concludeer (betreffende afkoop van een fiscaal gefacilieerde lijfrente), waren de belanghebbenden reeds inwoner van de andere verdragstaat op het moment waarnaar de fiscus hen aansloeg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee4bb752aad7654b7afa96507d768d6c1d18a5615b2af589ed1074e387e82fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee4bb752aad7654b7afa96507d768d6c1d18a5615b2af589ed1074e387e82fa, en de alinea staat in dat document op bytes 31801 tot 34085.