Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC5201.

"-6.9. Het komt mij voor dat het niet mag uitmaken hoe een verdragspartner technisch precies 'eenzijdig de werking van het verdrag wijzigt,' noch dat een verdragspartner niet zozeer eenzijdig de toewijzing wijzigt, als wel een onwelgevallige toewijzing bij voorbaat frustreert door op basis van verdragsposterieur kunst- en vliegrecht alvast te heffen vlak vóór het verdrag van toepassing zal worden, hoewel vast staat dat het desbetreffende pensioenvoordeel pas (werkelijk) genoten zal worden nádat de onwelgevallige verdragtoewijzing van toepassing zal zijn. Ik meen daarom dat het verdrag van toepassing geacht moet worden op onze casus, ondanks het eenzijdig fictief buiten het temporele verdragsbereik construeren van een genietingsmoment. (...).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee4bb752aad7654b7afa96507d768d6c1d18a5615b2af589ed1074e387e82fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee4bb752aad7654b7afa96507d768d6c1d18a5615b2af589ed1074e387e82fa, en de alinea staat in dat document op bytes 48361 tot 49128.