Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009

Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC9544.

7.6. Er dient derhalve van uit te worden gegaan dat belanghebbende (bij monde van B) zelf - en blijkbaar in weerwil van de uitlatingen van de ambtenaar - meende dat de voorhanden zijnde bescheiden niet voldoende waren om vervoer van de goederen naar het buitenland te bewijzen. Bij belanghebbende hebben de uitlatingen van de ambtenaar derhalve geen vertrouwen gewekt. Ik begrijp het middel aldus, dat het Hof in belanghebbendes opvatting bij zijn oordeel een meer objectieve toets had moeten aanleggen ('had een willekeurige belastingplichtige mogen vertrouwen'). Voor die opvatting is geen steun te vinden in het recht. Als geen vertrouwen is gewekt, hoeft immers ook niet meer te worden beoordeeld of de belanghebbende vertrouwen heeft mogen ontlenen. Anders gezegd: de beoordeling of vertrouwen is gewekt, is een subjectieve toets: het gaat er niet om wat een 'gemiddelde' belastingplichtige had mogen afleiden uit uitlatingen (of juist uit het ontbreken daarvan) van een belastingambtenaar, noch om wat de belastingambtenaar bedoeld had met zijn uitlatingen, maar om wat de belastingplichtige bij wie vertrouwen is gewekt kon en mocht vertrouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee88e89ec92d5b6b96ff98018a91567a4dc1ec2064746a961f33ad96960a3a89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee88e89ec92d5b6b96ff98018a91567a4dc1ec2064746a961f33ad96960a3a89, en de alinea staat in dat document op bytes 78229 tot 79393.