Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC9544.

"4.12. Uit de getuigenverklaring van C, van beroep verkoopmedewerker bij de belanghebbende, volgt, voor zover te dezen relevant, dat hij van de chauffeur, die de litigieuze goederen ophaalde, te weten is gekomen dat de goederen feitelijk bij N.V. K terecht kwamen, dat hij op enig moment ook van de via J B.V. vervoerde goederen te weten is gekomen dat de goederen feitelijk bij N.V. K werden afgegeven en dat hij van afgehaalde goederen heeft aangenomen, dat deze naar F b.v.b.a. - en naar het Hof verstaat: voordien naar E b.v.b.a. - werden vervoerd. Uit de onder 2.15 vermelde schriftelijke verklaring van C van 21 september 2001 volgt dat de belanghebbende op basis van de door N gedane mededelingen en gewekte indrukken ter zake van de afhaaltransacties heeft aangenomen dat de goederen door hem naar België zouden worden vervoerd. Voorts blijkt uit deze verklaring, dat de belanghebbende alleen het vervoer zou hebben verzorgd met betrekking tot de J-transacties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee88e89ec92d5b6b96ff98018a91567a4dc1ec2064746a961f33ad96960a3a89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee88e89ec92d5b6b96ff98018a91567a4dc1ec2064746a961f33ad96960a3a89, en de alinea staat in dat document op bytes 15958 tot 16941.