Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BC9544.

6.1.4. Bij de plaatsbepaling van de levering in het land van vertrek van het vervoer eist de richtlijn, zo volgt uit de hiervoor onder 6.1.2 aangehaalde tekst 'vervoer naar de afnemer'. De vraag rijst of het voor de plaatsbepaling consequenties heeft indien wel vervoer plaatsvindt, maar niet naar de afnemer. Uit de ontstaansgeschiedenis van de (Zesde) richtlijn noch uit andere taalversies daarvan kan hieromtrent iets worden afgeleid.(16) Het lijkt mij dat artikel 8, eerste lid, onder a, van de Zesde richtlijn (c.q. artikel 32, eerste alinea van richtlijn 2006/112/EG) ruim moet worden uitgelegd, in die zin dat ook wanneer vervoer plaatsvindt, doch niet naar de afnemer, de plaats van vertrek van het vervoer als plaats van de levering heeft te gelden. Een andere uitlegging zou een vacuüm doen ontstaan, nu de richtlijn bij de bepaling van de plaats van de levering de levering van goederen die worden vervoerd (artikel 8, eerste lid, onder a, van de Zesde richtlijn) plaatst tegenover de levering van goederen die niet worden vervoerd (artikel 8, eerste lid, onder b, van de Zesde richtlijn).(17)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee88e89ec92d5b6b96ff98018a91567a4dc1ec2064746a961f33ad96960a3a89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee88e89ec92d5b6b96ff98018a91567a4dc1ec2064746a961f33ad96960a3a89, en de alinea staat in dat document op bytes 32824 tot 33942.