Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 152 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
Ik heb video-opnamen gezien waarop [slachtoffer 1] was opgehangen aan de kapstok en een pistool in haar mond werd gestopt. Ik heb deze band gezien toen ik ongeveer 18 jaar was en ik bij mijn vader in huis verbleef. Toen ik uit bed kwam hadden [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] deze videoband op staan. Op deze band stonden ook andere kinderen. Ik ken deze kinderen niet bij naam, maar wel van gezicht. Het waren kinderen uit de buurt. Op de band stonden geen gezichten van volwassenen. Er stonden alleen kinderen, vagina's, penissen en handen op. Mijn Vader, [aanvrager], heb ik op de band herkend. Ik herkende hem aan zijn trouwring en aan de stippen op zijn hand. De trouwring was van zilver en aan de bovenkant en onderkant van de ring zat een sierstreepje. [Slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] namen veel kinderen mee naar huis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 32856 tot 33700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256