Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 177 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
"Ik heb [slachtoffer 3] gezien op 3 november 1999. Ik neem behoorlijk wat tijd om het kind op zijn gemak te stellen en een band op te bouwen met het kind. Tijdens het medisch onderzoek vertelde [slachtoffer 3] uit zich zelf dat de papa van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hem met zijn penis van achter had gepenetreerd. Ook vertelde hij dat hij de penis van de vader in de mond had moeten nemen en dat de moeder van de meisjes zijn hoofd op en neer bewoog. Terwijl [slachtoffer 3] dit vertelde begon hij te kuchen en te kokhalzen. Uit mijn onderzoek bleek dat [slachtoffer 3] niet verkouden was. Dit was voor mij een aanwijzing dat [slachtoffer 3] herbeleefde wat hij had beleefd. Hetgeen [slachtoffer 3] mij vertelde kwam op mij authentiek over. Een kind kan zoiets niet acteren."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 39669 tot 40466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256