Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 239 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

"Ik wens aangifte te doen van vermoedelijke overtreding van de artikelen 246 en 247 van het Wetboek van Strafrecht ten opzichte van mijn zoon, genaamd [slachtoffer 7], geboren [geboortedatum] 1988. Met deze persoon zijn buiten echt ontuchtige handelingen gepleegd. De handelingen bestonden uit het volgende: bedreigen, het doodmaken van hem en zijn ouders, het onzedelijk betasten van zijn penis en het inbrengen van voorwerpen in de anus."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 58890 tot 59343.