Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 335 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
26. De hiervoor bedoelde bevindingen van de CEAS zijn dan ook niet aan te merken als omstandigheden die het ernstige vermoeden in zin van art. 457, eerste lid onder 2, Sv doen ontstaan dat het Hof tot een ander oordeel zou zijn gekomen indien deze bekend waren geweest. Ook voor de bevindingen van de CEAS naar aanleiding van de verbrede onderzoeksvraag geldt derhalve naar mijn mening dat deze geen grond kunnen opleveren voor herziening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 99942 tot 100395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256