Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 338 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

29. De aanvrager meent dat het rapport van de CEAS, een ambtelijke advies- en onderzoekscommissie van het Openbaar Ministerie, nu dat zodanige twijfel naar voren brengt over de juistheid van de veroordeling, op zich als een novum kan gelden in de zin van art. 457, eerste lid onder 2, Sv. De conclusies van de CEAS moeten volgens de aanvrager worden beschouwd als een oordeel in feitelijke zin c.q. een oordeel gebaseerd op nieuwe feitelijke gegevens die binnen het kader van het begrip novum grondslag kunnen vormen voor een verzoek tot herziening. Bovendien kan, omdat de CEAS een intern orgaan is van het OM, worden betoogd dat het oordeel van het driemanschap het ernstige vermoeden in de zin van art 457 Sv wekt dat, als het Hof Arnhem destijds bekend was met het gegeven dat het Openbaar Ministerie zelf van mening was dat het een fragiele zaak vervolgde, dit Hof tot een ander oordeel was gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 101271 tot 102188.