Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 339 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

30. Hierover kan ik kort zijn. Ik verwijs naar hetgeen ik hiervoor onder 15 en 16 heb opgemerkt over het buitengewone rechtsmiddel herziening. Een rapport van de CEAS vormt op zich niet een omstandigheid van feitelijke aard die het ernstig vermoeden wekt dat ware deze bekend geweest bij het onderzoek ter terechtzitting zou hebben geleid tot een ander oordeel van de strafrechter. Wel kan de inhoud van een zodanige rapportage een novum in de zin van art. 457 Sv opleveren. Daarvan is - zoals ik hiervoor onder 23 tot en met 26 heb uiteengezet - in deze zaak geen sprake. Of de CEAS kan worden aangemerkt als een orgaan van het OM, wil ik hier in het midden laten. Wel ben ik van mening dat de enkele mening of overtuiging van de CEAS dat de feitelijke basis van de veroordelende uitspraken fragiel is, niet kan worden aangemerkt als een novum.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 102208 tot 103069.