Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 342 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

33. De als productie 4 bij de aanvrage gevoegde aan de raadsman van de aanvrager gerichte brief van [getuige 1] van 4 juli 2007 behelst een verslag van een op die datum gevoerd gesprek van [getuige 1] met [betrokkene 13 en 17], buren van de familie [van aanvrager]. Het verslag bevat positieve meningen van de dochter over [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en mededelingen van haar kant over de bejegening door de politie die haar aanvankelijk als verdachte en later als slachtoffer had aangeduid. De dochter vermeldt dat zij na de verhoren bang was geworden. De moeder beschrijft een politie-inval bij haar thuis en vermeldt dat zij daardoor doodsbang waren. Het verslag bevat echter geen enkele feitelijkheid die als nieuwe omstandigheid in de zin van art. 457 Sv in de zaak van de aanvrager dient te worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 104788 tot 105624.