Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 370 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
43. De vierde herzieningsgrond heeft betrekking op de verrichte onderzoeksactiviteiten na overdracht van het proces-verbaal aan het Openbaar Ministerie. Na inlevering van het proces-verbaal op 11 april 2000 zijn door het onderzoeksteam nog een aantal onderzoekshandelingen verricht waarvan een deel zich niet bij het procesdossier bevond. Zo zijn er bijvoorbeeld verscheidene opsporingshandelingen verricht met betrekking tot de halfzus [betrokkene 4] en op 30 januari 2001 zijn nog twee meisjes, leerlingen van dezelfde school voor moeilijk lerende kinderen als waarop [slachtoffer 2] heeft gezeten, in de studio gehoord. De CEAS heeft kennis genomen van deze documenten en merkt op dat zij met betrekking tot de verdachten geen aanvullende informatie bevat, die het vermoeden van seksueel misbruik door de drie verdachten jegens [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] of andere kinderen ondersteunt. De conclusie die in de aanvrage aan het vorenstaande wordt verbonden, is dat dit niet-belastend onderzoeksmateriaal het Hof tot een ander oordeel had kunnen brengen, althans de overtuiging van het Hof had kunnen veranderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 113280 tot 114414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256