Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 375 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

48. De onder 44 bedoelde documenten hebben betrekking op het feit dat niet is gebleken dat door de aanvrager en de medeverdachten extreme uitgaven zijn gedaan en dat evenmin is gebleken van het bestaan van bankrekeningen, dat het resultaat van het onderzoek naar het mogelijk huren van pornovideobanden door de aanvrager en de oom negatief was, dat de aanvrager en zijn echtgenote alsmede de oom in diverse tapgesprekken consequent hebben getuigd van hun onschuld en dat een buurtonderzoek geen informatie heeft opgeleverd over mogelijk seksueel misbruik in de woning van de oom. Ook de inhoud van deze documenten kan naar mijn mening niet het ernstig vermoeden wekken dat de aanvrager zou zijn vrijgesproken indien het Hof met de resultaten van deze onderzoekshandelingen bekend was geweest. Het Hof is er bij zijn oordeelsvorming immers al vanuit gegaan dat er op deze punten geen voor de aanvrager belastend bewijsmateriaal bestond aangezien het dossier daarover niets bevatte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 117991 tot 118984.