Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 376 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
49. Bij gelegenheid van de mondelinge toelichting op het herzieningsverzoek op 22 april 2008 heeft de raadsman van de aanvrager in dit verband nog betoogd dat nu het hiervoor onder 43 en 44 bedoelde ontlastende materiaal welbewust is achtergehouden, de aanvrager bij het Hof geen eerlijk proces heeft gehad in de zin van art. 6, eerste en derde lid, EVRM. Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat een dergelijk verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting. Aangevoerd wordt dat de bedoelde stukken niet alleen sec als nieuwe feiten zijn te beschouwen, maar ook dat het onthouden van ontlastend materiaal aan het strafdossier thans voor aanvrager een nieuw verweer vormt, wat een novum is. Immers, een onregelmatigheid bij de bewijsgaring kan onder het bereik van de herziening vallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 119004 tot 119827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256