Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 383 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

56. Het tweede deelaspect betreft de bevinding van de CEAS dat er destijds onderzoek had kunnen plaatsvinden "ter objectieve verificatie" van de aspecten die kleven aan de totstandkoming van de belastende verklaring van vermeend slachtoffer C. (met slachtoffer C. wordt bedoeld [slachtoffer 3], C. is de aanduiding van het zakendossier dat op hem betrekking heeft, Sch). Benadrukt wordt dat de belastende verklaring van C. van 20 oktober 1999 voor het bewijs is gebruikt en in het bijzonder van belang is geweest voor de bewijsredenering van het Hof, omdat deze verklaring, tezamen met de aangifte van [slachtoffer 1] van 8 oktober 1999, alsmede de verklaring van E. (met E. wordt bedoeld slachtoffer [slachtoffer 4], E. is de aanduiding van het zakendossier dat op haar betrekking heeft, Sch), de aanzet heeft gegeven tot het verhoren van andere kinderen over de vermeende rol van de aanvrager. Hierbij wordt onder meer aangevoerd dat er sterke aanwijzingen zijn gevonden dat de oom en C. elkaar niet hebben gekend zodat beschuldigingen van C. wel eens onjuist kunnen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 123746 tot 124834.