Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 385 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
58. In het derde deelaspect wordt betoogd dat de onderliggende verhoren niet in het teken van waarheidsvinding, maar van hulpverlening stonden. Het is de vraag of de rechter er zich voldoende van bewust is geweest waarom niet alle studioverhoren conform het geldende Protocol Studieverhoren zijn afgenomen. Met name het feit dat de studioverhoren het accent hebben gekregen van hulpverleningsverhoren en niet van juridische verhoren ten behoeve van de waarheidsvinding, leidt ertoe dat de betrouwbaarheid van de verhoren aan kracht heeft ingeboet. Bovendien heeft men zich tweemaal niet gehouden aan de hoofdregel dat een strafrechtelijk studioverhoor in beginsel eenmaal plaatsvindt. Betoogd wordt dat sprake is van toepassing van onjuiste methodiek daar waar het gaat om het verhoren van de kinderen. De bewijsconstructie is in belangrijke mate gebaseerd op de verklaringen van kinderen en het Hof is van de aanname uitgegaan dat deze verhoren hebben plaatsgevonden in het kader van de waarheidsvinding. Nu dit niet zo blijkt te zijn, heeft dit uiteraard consequenties voor de bewijsredenering van het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 125509 tot 126630.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256