Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 398 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
68. De telefoongesprekken waarop de aanvrager doelt betreft allereerst een gesprek tussen een man en [betrokkene 4] waarin laatstgenoemde aangeeft bang te zijn dat zij opgepakt gaat worden voor haar weedplantage op het adres L. De man wordt dan boos omdat zij heeft verteld dat deze weedplantage van haar vader was. [Betrokkene 4] geeft hierop aan dat vader dat verdiend heeft omdat hij haar wilde laten opdraaien voor iets van zes jaar geleden. Daarnaast heeft [betrokkene 4] op 5 november 2000 telefoongesprekken gevoerd waarin zij te kennen geeft een miskraam te hebben gehad, terwijl zij met de hiervoor bedoelde man een gesprek voert waaruit blijkt dat dit niet het geval is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 135673 tot 136366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256