Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 571 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

80. Analyse van de hiervoor onder 75 weergegeven inbreng van [betrokkene 4] tijdens het verhoor van [slachtoffer 1] op 8 oktober 1999 brengt mij tot de conclusie dat niet aannemelijk is dat indien het Hof niet slechts zou hebben beschikt over de hiervoor onder 76 weergegeven summiere samenvatting maar ook over de volledige verbatim uitwerking, het Hof tot een ander oordeel zou zijn gekomen. Er blijkt immers niet dat [betrokkene 4] heeft gepoogd [slachtoffer 1] te bewegen een verklaring in strijd met de waarheid af te leggen. In dit verband is nog van belang dat de maatschappelijk werkster [betrokkene 3] als getuige ter terechtzitting in hoger beroep van 29 oktober 2001 heeft verklaard dat zij aanwezig is geweest bij een aan het verhoor voorafgaand gesprek tussen [slachtoffer 1] en [betrokkene 4] op 3 oktober 1999 en dat toen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij door haar vader was verkracht. De maatschappelijk werkster voelde zich verplicht dit te melden aan de politie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 169215 tot 170213.